Optimale structurering van de groep

De structurering van vennootschappen in een groep is voor zowel de juridische als de fiscale gevolgen erg belangrijk. Uiteraard is de structurering erg afhankelijk van de feiten en omstandigheden binnen de groep. Hieronder zullen wij een optimale structuur weergeven op zowel het juridische vlak als op het fiscale vlak.

Hieronder gaan wij uit van de volgende feiten en omstandigheden:

  • X Groep is een onderneming die drie verschillende activiteiten uitvoert.
  • X Groep heeft twee aandeelhouders, te weten de heer A en de heer B.
  • X Groep heeft een onroerende zaak in haar bezit van waaruit de verschillende activiteiten worden uitgevoerd.
  • Eén van de activiteiten van X Groep draait verlies. De overige twee activiteiten zijn winstgevend.
  • Mogelijkheid bestaat dat in de toekomst de activiteiten worden gereorganiseerd.
  • Het is de bedoeling dat de onderneming na verloop van tijd zal worden verkocht.

Op basis van bovengenoemde feiten en omstandigheden ziet de optimale structuur er als volgt uit:

----------- = fiscale eenheid vennootschapsbelasting (zie uitleg verderop).

Juridische aspecten structurering

Het onderbrengen van de activiteiten en het onroerend goed in afzonderlijke besloten vennootschappen creëert een structuur die flexibel is wat betreft toekomstige verkopen en interne reorganisatie van de activiteiten en / of het onroerend goed.

In principe geldt de regel dat de risicovolle vennootschappen op het laagste niveau hangen, aangezien bij een eventueel faillissement van deze B.V. dit in beginsel de bovenliggende vennootschappen niet raakt. In bovenstaande structuur zie je ook dat de activiteiten op het laagste niveau hangen (daar zal het meeste risico liggen) in afzonderlijke vennootschappen. Zodoende zal bij faillissement van de één de ander niet worden meegetrokken. Boven de activiteiten is het onroerend goed gestructureerd, aangezien dit minder risicogevoelig is dan de activiteiten (onroerend goed wordt namelijk gehuurd door de drie onderliggende vennootschappen). Boven de onroerend goed B.V. zit een tussenholding. Deze is opgenomen in de voorgestelde structuur om de liquide middelen aan de risicogevoelige vennootschappen te onttrekken door middel van dividenduitkering naar boven. Zodoende vallen deze liquide middelen (als ze eenmaal in de tussenholding zitten) buiten dit risicodragende vermogen.

Fiscale aspecten structurering

Door bovenstaande optimale structurering te gebruiken, kan heffing van vennootschapsbelasting worden verminderd en overdrachtsbelasting worden voorkomen. Deze twee heffingen zullen hierna afzonderlijk worden besproken.

Vermindering van vennootschapsbelasting

In het geval dat de activiteiten en / of het onroerend goed rechtstreeks (activa- / passivatransactie) worden verkocht, worden eventuele stille reserves in de onderneming en / of het onroerend goed gerealiseerd. Er is dan in beginsel acuut vennootschapsbelasting (25%) verschuldigd over het verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economisch verkeer.

Over de boekwinst bij een verkoop van de onderneming en / of het onroerend goed door middel van aandelen is geen vennootschapsbelasting verschuldigd, ervan uitgaande dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is [1]. Verkoop van de onderneming en / of het onroerend goed door middel van een aandelentransactie zal in beginsel wel leiden tot een ‘latente’ vennootschapsbelastingclaim. Indien de koper van de aandelen in de toekomst de onderneming en / of het onroerend goed als los activum wil doorverkopen, is hij namelijk wel vennootschapsbelasting verschuldigd. De claim is echter deels opgebouwd in een periode waarin de aandelen van de vennootschap(pen) in het bezit waren van een ander (verkoper). Een koper van deze aandelen zal daarom een korting op de koopsom van de aandelen bedingen om deze toekomstige (latente) vennootschapsbelastingclaim gedeeltelijk te compenseren.

Het blijft echter een gegeven dat de latente belastingclaim aanzienlijk lager is dan de acute vennootschapsbelastingclaim.

Overdrachtsbelasting

Verkrijging van in Nederland gelegen onroerend goed is in beginsel belast met 6% overdrachtsbelasting over de waarde van het onroerend goed. De overdrachtsbelasting komt voor rekening van de kopende partij.

Een verkoop door middel van een aandelentransactie biedt mogelijk eveneens voordelen voor de overdrachtsbelasting.

Een kopende partij is in beginsel geen overdrachtsbelasting verschuldigd over de verkrijging van de aandelen. Uitzondering hierop is echter, indien een verkoper aandelen verkrijgt in een vennootschap waarvan de op commerciële waarden gestelde bezittingen bij verkrijging of in het jaar daarvoor voor 50% of meer (hebben) bestaan uit onroerende zaken en het totaal van deze bezittingen voor minimaal 30% (hebben) bestaan uit in Nederland gelegen onroerende zaken (beziteis) [2].

Bovendien moet de vennootschap deze onroerende zaken houden met het oog op de vervreemding, verkrijging of exploitatie ervan (doeleis) [3]. Voor de bezits- en de doeleis worden de bezittingen van een 100% deelneming aan de moeder toegekend. 

Indien zowel (één van de) ondernemingen als het onroerend goed in de voorgestelde structuur gezamenlijk worden verkocht door middel van de aandelen in de tussenholding, dan wordt niet voldaan aan de doeleis. Immers, geconsolideerd gezien, wordt het onroerend goed niet aangehouden met het oog op de vervreemding, verkrijging of exploitatie, maar wordt het aangehouden ten behoeve van de onderneming zelf. In dit geval kan de verkoop zonder heffing van overdrachtsbelasting plaatsvinden.

Indien alleen het onroerend goed wordt verkocht (zonder één van de activiteiten B.V.’s) door middel van de verkoop van de aandelen in de onroerend goed B.V., dan is het onroerend goed geconsolideerd gezien niet in eigen gebruik en wordt voldaan aan de doeleis. Heffing van overdrachtsbelasting kan in dat geval worden voorkomen door het een en ander dusdanig vorm te geven, dat niet wordt voldaan aan de bezitseis. Dit kan op diverse manieren geschieden.

Het voordeel dat aan de koper toekomt (geen heffing van overdrachtsbelasting), wordt normaliter gedeeld met de verkopende partij.

Bovenstaande voordelen zijn het overwegen van een optimale structuur meer dan waard. Ook indien reeds een andere structuur aanwezig is, kan door middel van het gebruikmaken van diverse fiscale faciliteiten de optimale structuur worden bereikt.

Er is nog één punt dat open staat uit de feiten en omstandigheden, en dat is dat één van de activiteiten verlies maakt terwijl de andere twee activiteiten winstgevend zijn. Uiteraard wil je in dit geval dat de verliezen met de winsten kunnen worden verrekend teneinde minder vennootschapsbelasting verschuldigd te zijn. Dit kan worden bereikt door het aanvragen van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting. Door een fiscale eenheid vennootschapsbelasting zijn ten eerste de onderlinge transacties voor de vennootschapsbelasting niet zichtbaar. Daarnaast wordt vennootschapsbelasting geheven alsof er maar één belastingplichtige is (de winsten en verliezen worden onderling dus verrekend). Naast de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kan ook een fiscale eenheid voor de BTW worden aangevraagd.


[1] Artikel 13 Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
[2] Artikel 4  Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970.
[3] Artikel 4  Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970.



13 Mrt 2012


Waardeer het artikel Optimale structurering van de groep

Optimale structurering van de groep rating_text 9.3 / 10 rating_points 7 rating_judges.


Stel uw vraag:



naar boven

Zoeken

Contact

MKB Fiscaal Juristen
Oldenzaalsestraat 125
7514 DP Enschede

t : 053 432 72 00
f : 053 431 34 24
e : info@mkbfiscaaljuristen.nl