Thin capitalisation

De thincap-regeling, zoals die staat omschreven in artikel 10d Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb), beoogt overmatige financiering met vreemd vermogen waarbij slechts een gering eigen vermogen aanwezig is, tegen te gaan.

Deze maatregel is in het leven geroepen doordat vreemd vermogen fiscaal aantrekkelijker wordt behandeld dan eigen vermogen (rente is bijvoorbeeld aftrekbaar, dividend niet).

Debt-equityratio
Uitgangspunt van de thincap-regeling is de vaste debt-equityratio van 3:1. Van een teveel aan vreemd vermogen is sprake voorzover het gemiddeld vreemd vermogen meer bedraagt dan driemaal het gemiddeld eigen vermogen en dit meerdere € 500.000 te boven gaat. 

Wordt deze grens overschreden, dan geldt er een aftrekbeperking voor het bovenmatige gedeelte. De berekening dient te worden gemaakt aan de hand van de fiscale cijfers. Een toelichting en voorbeeld van deze berekening vindt u verderop. 

Het bedrag aan rente dat niet in aftrek mag worden genomen bedraagt ten hoogste het bedrag aan rente terzake van geldleningen direct of indirect verschuldigd aan met de belastingplichtige verbonden lichamen, verminderd met het bedrag aan rente terzake van geldleningen verstrekt aan verbonden lichamen.

Onder geldleningen wordt verstaan een vordering of schuld die voorvloeit uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst (bankkrediet, bankdeposito’s, leningen waarbij een leningsovereenkomst aanwezig is, etc.) en waarbij bij een schuld zonder toepassing van de thincap-regeling rente in aanmerking zou worden genomen bij het bepalen van de winst. Tot de geldleningen behoren niet kortlopend leverancierskrediet, kortlopend afnemerskrediet, transitorische posten, verschuldigde of te ontvangen belastingbedragen, voorzieningen, etc. Rekening-couranten kunnen tot een geldlening worden bestempeld. De feiten en omstandigheden zijn bepalend voor de kwalificering als zodanig. Veelal worden de rekening-couranten wel als geldlening bestempeld.

Verbonden lichamen voor toepassing van de berekening van de maximale aftrekbeperking zijn aanwezig in de volgende vier gevallen:

  • De belastingplichtige heeft een belang van minstens 1/3 in een ander lichaam.
  • Een ander lichaam heeft een belang van minstens 1/3 in de belastingplichtige. 
  • Een derde (lichaam of natuurlijk persoon) heeft een belang van minstens 1/3 in de belastingplichtige, terwijl deze derde ook voor minstens 1/3/ een belang houdt in een ander lichaam.
  • Een lichaam dat met een belastingplichtige onderdeel is van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting.

De berekening van de vaste debt-equityratio ziet er als volgt uit:

Stap 1:

A. Gemiddelde (stand 01-01 en 31-12 : 2) van de verschuldigde geldleningen:          € ………

B. Gemiddelde (stand 01-01 en 31-12 : 2) van de uitstaande geldleningen:               € ...........    -/-

C. Saldo van de gemiddeld verschuldigde en uitstaande geldleningen:                      € ………. (A -/- B)

Stap 2:

D. Gemiddelde (stand 01-01 en 31-12 : 2) van het eigen vermogen:                          € ……….

Stap 3:

E. Bepaal de fiscale ratio vreemd vermogen

    ten opzichte van het eigen vermogen:                                                                     € ………. (C : D) staat tot 1

(indien deze ratio minder is dan 3 staat tot 1 (dus de uitkomst van C : D is lager dan 3), dan is geen sprake van teveel aan eigen vermogen en hoeft de verdere berekening niet meer te worden uitgevoerd).

Stap 4:

F. Vermenigvuldig het eigen vermogen met drie:                                                          € ………. (D x 3)

Stap 5:

G. Verminder het gemiddelde vreemd vermogen met de uitkomst van stap 4:            € ………. (C -/- F)

Stap 6:

H. Bepaal het teveel aan vreemd vermogen door stap 5 te verminderen

    met € 500.000:                                                                                                          € ……….  (G -/- € 500.000)

Stap 7:

I. Bepaal de aftrekbeperking de volgende formule:

   Stap 6 delen door uitkomst stap 1 maal de aftrekbare rente => H : C x aftrekbare rente op geldleningen.

Stap 8:

J. Bepaal of het maximum van de aftrekbeperking door het saldo van de aftrekbare rente minus de   ontvangen rente van leningen aan en vorderingen op verbonden lichamen.

Indien dit bedrag lager is dan de uitkomst bij stap 7 geldt de aftrekbeperking voor dit bedrag. Indien de uitkomst hoger is, geldt de aftrekbeperking van stap 7.

Concernratio
Indien de vaste debt-equityratio leidt tot teveel aan vreemd vermogen, kan de belastingplichtige mogelijk een beroep doen op toepassing van de concernratio. De concernratio biedt een ontsnappingsmogelijkheid indien blijkt dat de belastingplichtige in vergelijking met de groep waartoe hij behoort niet met meer vreemd vermogen is gefinancierd dan de groep.

Uitgangspunt bij de concernratio is de verhouding tussen het gemiddeld vreemd vermogen en het gemiddeld eigen vermogen volgens de geconsolideerde commerciële balans van de groep (let op: op basis van de commerciële cijfers). Het getal waarin deze verhouding zich laat uitdrukken wordt vervolgens vermenigvuldigd met het gemiddelde aanwezige eigen vermogen, volgens de commerciële balans, van de belastingplichtige.

Indien het gemiddeld aanwezige vreemd vermogen volgens de commerciële balans niet meer bedraagt dan de uitkomst van hierboven, mist de thincap-regeling zijn toepassing (geen aftrekbeperking).

Dit drukt zich uit in de volgende formulevorm:

TV = VV (belastingplichtige) -/- (VV (concern) / EV (concern) x EV (belastingplichtige).

TV = teveel aan vreemd vermogen.

VV = het gemiddeld aanwezige vreemd vermogen van de belastingplichtige resp. het concern.

EV  = het gemiddeld aanwezige eigen vermogen van de belastingplichtige resp. het concern.

Voorkomen van de renteaftrekbeperking
Zoals hierboven reeds is weergegeven, zijn de gemiddelde vermogensverhoudingen per 1/1 en 31/12 beslissend bij de thincap-regeling. Als u constateert dat mogelijk de regeling van toepassing is, kunt u de volgende acties ondernemen.

  • Het doen van een kapitaalstorting waardoor het eigen vermogen groter wordt.
  • Omzetten van vreemd vermogen in eigen vermogen.
  • Aangaan van een fiscale eenheid.
  • Opwaarden van deelnemingen naar netto vermogenswaarde of intrinsieke waarde [1].
  • Verhangen van venootschappen.
  • Omzetten lening in een deelnemerschapslening.

De thincap-regeling is lastige materie die aanzienlijke gevolgen kan hebben. In dit verband is noodzakelijk om een fiscalist in te schakelen teneinde de fiscale consequenties voor zover mogelijk te minimaliseren.

In het belastingplan 2013 wordt voorgesteld deze regeling in het geheel af te schaffen. Hiertegenover zal wel een nieuw artikel worden opgenomen waardoor de aftrek van deelnemingsrente wordt beperkt.

Voor vragen met betrekking tot dit onderwerp kunt u contact opnemen met onderstaande auteur van dit artikel.



[1] HR 14 juni 1978, BNB 1979/181.



23 Mrt 2012


Waardeer het artikel Thin capitalisation

Thin capitalisation rating_text 8.8 / 10 rating_points 15 rating_judges.


Stel uw vraag:



naar boven

Zoeken

Contact

MKB Fiscaal Juristen
Oldenzaalsestraat 125
7514 DP Enschede

t : 053 432 72 00
f : 053 431 34 24
e : info@mkbfiscaaljuristen.nl