Pas op bij aangaan fiscale eenheid

Er wordt vaak zonder al te veel advisering een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting aangegaan of ontbonden. In dit artikel een toelichting op mogelijke problemen welke kunnen ontstaan bij het aangaan van een fiscale eenheid.

De fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting

Het aangaan van een fiscale eenheid heeft voor de moedermaatschappij tot gevolg dat zij gezamenlijk met haar dochtermaatschappij(en) aangifte vennootschapsbelasting gaat doen. Eén van de grootste voordelen van het aangaan van een fiscale eenheid is, dat de resultaten van de verschillende vennootschappen met elkaar worden gesaldeerd (winsten en verliezen kunnen derhalve worden verrekend). Deze verrekening van winsten en verliezen vindt niet alleen plaats in het betreffende boekjaar (horizontale verrekening), maar ook over de boekjaren heen (verticale verrekening).

Waarderingsregels bij aangaan fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Bij het aangaan van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting moeten vorderingen en schulden van de B.V.'s  / N.V.'s die samengaan (in de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting worden opgenomen) worden gewaardeerd op de werkelijke waarde / bedrijfswaarde. Als de vorderingen niet meer de nominale waarde hebben, kan dit grote problemen veroorzaken.

Procedure inzake fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Het Gerechtshof in Den Haag moest een vervelende uitspraak doen in juli 2013. In deze procedure gingen een moedermaatschappij en een werkmaatschappij op enig moment samen in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De moedermaatschappij had een vordering op de dochtermaatschappij die niet meer kon worden betaald door de dochter. De dochtermaatschappij moest hierdoor de vordering op een lagere waarde waarderen en hierdoor ontstond er een vrijvalwinst. De moeder had de vordering niet afgewaardeerd en hierdoor ontstaat er dus onverwacht een substantiële heffing.
De waarderingsregels staan in artikel 15ab van de Wet op de vennootschapsbelasting, voor de liefhebber: in lid 6. In dit geval stond de vordering voor vrijwel nihil op de balans van de moedermaatschappij en voor bijna € 15.000.000 op de balans van de dochtermaatschappij. Gevolg is nu dat er over € 15.000.000 vennootschapsbelasting moet worden betaald.
Dit levert een belachelijke overkill op maar de rechter kan enkel de wet uitvoeren, zowel de Rechtbank als het Gerechtshof waren het met elkaar eens.

Noot fiscaal jurist

Sinds 2006 is de Wet op de vennootschapsbelasting aangepast. Deze procedure speelde in 2004. Bij dergelijke (deelnemings)situaties waarbij (hybride) vorderingen door de moeder zijn afgewaardeerd (of worden omgezet in aandelenkapitaal). De moedermaatschappij moet het genomen verlies terugnemen en hiermee blijft de vrijval winst buiten beschouwing. In deze procedure was de uitslag niet anders geweest omdat de moedermaatschappij de vordering niet heeft afgewaardeerd.
Mijn conclusie is dan ook dat er in deze casus niet zorgvuldig genoeg geadviseerd is en / of de feiten niet helder tegen de wettekst zijn gehouden.

Bron

Gerechtshof Den Haag d.d. 19 maart 2013 (publicatie 1 augustus 2013).



7 Aug 2013



Waardeer het artikel Pas op bij aangaan fiscale eenheid



Stel uw vraag:



naar boven

Zoeken

Contact

MKB Fiscaal Juristen
Marthalaan 5
7511AZ Enschede

t : 053 432 72 00
f : 053 431 34 24
e : info@mkbfiscaaljuristen.nl