Innovatie prestatie contract

Minister Verhagen (ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) stelt € 26 miljoen beschikbaar om samenwerking en innovatie in het MKB te versterken. Binnen Innovatie-prestatie-contracten (IPC) kunnen groepen MKB’ers onder begeleiding van een penvoerder, bijvoorbeeld een brancheorganisatie, meerjarige innovatieprojecten uitvoeren.

De regeling Innovatie-prestatie-contracten biedt 3 mogelijkheden. Wij gaan hieronder in op één van deze mogelijkheden, te weten het IPC-project.

IPC-project

In een IPC-project werken 10 - 20 MKB-ondernemers, over een periode van maximaal 2 jaar aan collectieve en aan 'eigen' innovaties. Ze worden hierbij begeleid door een belangenorganisatie (de penvoerder) die de subsidie namens hen aanvraagt. De aanvragen worden gerangschikt en de subsidie wordt toegekend aan de hoogstscorende IPC-projecten.

Het overkoepelend plan en de onderliggende innovatieplannen van de deelnemers vormen samen het IPC-project en worden in samenhang met elkaar beoordeeld, waarbij de nadruk ligt op het overkoepelend plan. De innovatieplannen van de bedrijven worden weliswaar afzonderlijk bekeken om te beoordelen of die plannen aansluiten bij het overkoepelend plan en of ze aan de eisen van een IPC-project voldoen, maar niet afzonderlijk beoordeeld op onderstaande tendercriteria.

De zeven tendercriteria worden als volgt toegelicht.

1. Mate van innovatie

Naarmate het verschil tussen het met het IPC-project te bereiken innovatieniveau en het huidige innovatieniveau van de bedrijven groter is, zal de aanvraag hoger gerangschikt worden. Het IPC-project en de onderliggende activiteiten moeten gericht zijn op de ontwikkeling van producten, diensten of productieprocessen die nieuw zijn voor de bedrijven. Vernieuwing van producten en diensten heeft doorgaans een bredere economische impact (ook buiten het betreffende bedrijf) dan louter vernieuwingen in het productieproces van een bedrijf. Daarom scoort vernieuwing van producten en diensten hoger. Daarnaast zal de impact van het IPC-project groter zijn als er structurele voorzieningen zijn getroffen om het innovatieve proces in de bedrijven, de branche en / of de regio te verankeren. IPC-projecten die hier expliciet rekening mee houden, zullen hoger scoren. Als innovatie structureel in de organisaties wordt ingebed, zal de aanvraag hoger scoren dan als innovatie een tijdelijk initiatief is. Voorbeelden van verankering kunnen zijn: oprichten van een innovatienetwerk, structurele afspraken met adviesbureaus, kennisinstellingen of dergelijke etc.

2. Mate van economisch perspectief

Economisch perspectief vertaalt zich onder andere in omzetstijging in de deelnemende bedrijven. Het IPC-project zal bijvoorbeeld hoger gerangschikt worden naarmate de verwachting is dat een groter deel van de bedrijven een additionele omzetstijging gaat realiseren. Additioneel is de omzetstijging die is toe te schrijven aan deelname aan het IPC-project. Zonder duurzaamheid geen gezond economisch perspectief. Daarom worden zo veel mogelijk die activiteiten gestimuleerd, die op de een of andere manier voldoen aan aspecten van duurzaamheid. Naarmate een IPC-project meer gericht is op duurzaamheid bij het ontwikkelen van producten / diensten en / of processen, zal de aanvraag hoger gerankt worden. Doorgaans wordt duurzaamheid onderscheiden in aspecten van profit, planet en people. Profit (o.a. omzetstijging) is hierboven al apart omschreven. Voorbeelden van duurzaamheid voor planet en people zijn het ontwikkelen van een rendabel product dat een substantieel deel van de energiebehoefte uit de omgeving haalt, het ontwikkelen van een productieproces dat een substantieel lagere fysieke belasting van de productiemedewerkers geeft, of het ontwikkelen van producten en de bijbehorende dienstverlening volgens het cradle-to-cradle-principe. De IPC-aanvraag zal hoger scoren naarmate de kennis die binnen het IPC-project ontwikkeld wordt, meer ter beschikking komt van een grotere groep dan alleen de IPC-deelnemers. De innovatieve en economische impuls van de subsidie is daarmee groter dan wanneer de resultaten alleen bruikbaar zijn voor de IPC-deelnemers.

3. Mate van onderlinge samenwerking

Een belangrijk aspect van het IPC-project is de samenwerking tussen de verschillende IPC-deelnemers. Een samenwerking van minimaal 20% per IPC-deelnemer is verplicht en alle IPC-deelnemers moeten met minimaal één andere deelnemer samenwerken. Naarmate er meer onderling wordt samengewerkt (zowel in percentage als aantal deelnemers), scoort de aanvraag hoger. Bovendien zal de aanvraag hoger gerangschikt worden naarmate het verschil tussen de met het IPC-project te bereiken samenwerkingsintensiteit en de huidige samenwerkingsintensiteit van de bedrijven groter is.

4. Mate van samenwerking met andere branches

Innovatie wordt gestimuleerd door over de eigen grenzen te kijken. Samenwerking met andere branches kan tot nieuwe ideeën en producten leiden. Daarom scoren aanvragen met deelnemers uit verschillende branches hoger dan IPC-verbanden die bestaan uit bedrijven uit dezelfde branche. Daarbij is het wel belangrijk dat de verschillende samenwerkingsverbanden geen op zichzelf staande projecten vormen, maar dat er samenhang tussen de projecten bestaat. Met branche wordt bedoeld een groep bedrijven die gelijksoortige activiteiten uitoefenen in een bepaalde categorie producten of diensten, bijv. de schildersbranche of bedrijven in de logistieke dienstverlening.

5. Mate van samenwerking met publieke kennisinstellingen

Samenwerking met publieke kennisinstellingen is van belang, omdat daar veel kennis wordt ontwikkeld die het MKB goed kan gebruiken bij het ontwikkelen van nieuwe producten / diensten of processen. Nu met ingang van 2011 geen innovatievouchers meer beschikbaar zijn, wordt voor een IPC-project nog meer belang gehecht aan samenwerking met een publieke kennisinstelling. Deze samenwerking kan bijvoorbeeld de vorm krijgen van het organiseren van kennisoverdrachtactiviteiten (workshops e.d.), het uitbesteden van onderzoek of het samen ontwikkelen van een nieuw product. Naarmate de samenwerking intensiever is (van louter kennisoverdracht tot volledig gezamenlijke ontwikkeling), scoort de aanvraag hoger.

6. Kwaliteit van de collectieve activiteiten

Collectieve activiteiten kunnen allerlei vormen aannemen van passief naar meer actief en van kennisoverdracht naar het samen uitvoeren van concrete projecten. Naarmate er meer actieve activiteiten uitgevoerd worden, zal de aanvraag hoger scoren. Ook scoort de aanvraag hoger als de samenwerking intensiever is. Als deelnemers samen producten ontwikkelen waarbij iedere deelnemer complementaire expertise inbrengt (denk aan de ontwikkeling van de thuistap voor bier of het koffieapparaat met pads of de elektrische tandenborstel), scoort dat hoger dan als partijen voornamelijk kennis aan elkaar overdragen.

7. Kwaliteit van de begeleiding van de deelnemers

De kwaliteit van de IPC-penvoerder en het overkoepelende plan is een belangrijk aspect voor het slagen van het IPC-project. De penvoerder moet affiniteit hebben met de groep bedrijven in het IPC en expertise bij het begeleiden van innovatieplannen. Daarnaast staat of valt een IPC-project met een goede begeleiding. De begeleiding en ondersteuning van de deelnemers kan door de penvoerder zelf georganiseerd worden of aan een andere partij overgelaten worden. Wie de daadwerkelijke begeleiding op zich neemt is minder van belang dan de intensiteit van die begeleiding en de vorm die de begeleiding aanneemt. De penvoerder blijft altijd verantwoordelijk voor de uitvoering van het IPC-project en voor de begeleiding en ondersteuning van de deelnemers. Een evenwichtige mix van één op één begeleiding van deelnemers bij het uitvoeren van hun individuele en collectieve activiteiten en van IPC-brede begeleiding en ondersteuning is belangrijk. Daarbij ligt het voor de hand dat er meer uren besteed zullen worden aan één op één begeleiding dan aan IPC-brede begeleiding, vanwege het arbeidsintensieve karakter van één op één begeleiding. De hoofdcriteria 1, 2, en 3 maken elk 20% van de totale beoordeling uit. De hoofdcriteria 4, 5, 6 en 7 bepalen ieder 10% van de totale beoordeling.

Indien u meer wilt weten over het bovenstaande, dan kunt u contact met onderstaande adviseur.



15 Mei 2012


Waardeer het artikel Innovatie prestatie contract

Innovatie prestatie contract rating_text 9.4 / 10 rating_points 9 rating_judges.


Stel uw vraag:



naar boven
Contact

MKB Fiscaal Juristen
Marthalaan 5
7511AZ Enschede

t : 053 432 72 00
f : 053 431 34 24
e : info@mkbfiscaaljuristen.nl